FR EN DE
De kunstenaars

WILCHAR

WILLEM PAUWELS, alias „WILCHAR“ wordt op 1 november 1910 geboren in Sint-Gillis. Zijn vader werkt bij de Tramways Bruxellois, zijn moeder is wasvrouw. Als vijftienjarige volgt hij een opleiding tot litograaf en avondcursussen aan de tekenacademie van Sint-Gillis.

Wilchar blijft zijn hele leven een ‘geëngageerd artiest’. In de jaren 1935-1940 maakt hij meer dan 70 affiches voor de Belgische Werkliedenpartij en de Communistische Partij. Hij blijft trouw aan zijn linkse idealen.

In 1940 neemt hij als gemobiliseerde deel aan de Achttiendaagse Veldtocht. Hij slaagt erin om uit handen van de Duitsers te blijven. Als ambtenaar op het Nationaal Bureau voor Werk neemt hij binnen deze administratie actief deel aan het verzet tegen de bezetter. In het daarop volgende jaar richt hij het kunstenaarscollectief « Contact » op en publiceert hij binnen de Communistische Partij het clandestiene tijdschrift « Art et Liberté ».

Zijn verzetsactiviteiten leiden op 2 april 1943 tot zijn aanhouding in Vorst. Wilchar verblijft tot 27 mei 1943 in Breendonk als gevangene nr. 1939. Vervolgens belandt hij in de citadel van Hoei. Daar wordt hij op 28 juni in vrijheid gesteld.

Vanaf 1944 schildert hij in het geheim zijn aquarellen over Breendonk en illustreert hij na de bevrijding het boek ‘Breendonk de dood’ van Edgard Marbaix.

In de jaren ’50 besluit hij zich te wijden aan de linogravure en aan de schilderkunt. Hij maakt verschillende werken waarin hij zich verzet tegen de consumptiemaatschappij en de sociale onrechtvaardigheid in de samenleving.

In 1993 neemt de filmmaker Richar Olivier Wilchar mee naar Breendonk en laat hem er getuigen. Het resultaat van zijn getuigenis is de film ‘Zwarte Tranen’, een document waarin op sobere wijze een beeld wordt geschetst van de anarchist met het grote hart.

Wilchar overlijdt op 28 juni 2005 op 95-jarige leeftijd in Ukkel.

Met steun van de Koning Boudewijnstichting slaagt het Gedenkteken erin 30 schilderijen aan te kopen die Wilchar kort na zijn vrijlating uit de citadel van Hoei in Chinese inkt heeft vervaardigd.

Zijn werk : 70 originele affiches (en 30 ontwerpen), 30 schilderijen over Breendonk, 145 litografieën, 2 doeken van 3 meter op 2 meter, 20 schilderijen op panelen van 1 meter 20 bij 2 meter, enz….

JACQUES OCHS

Jacques OCHS wordt op 19 februari 1883 in Nice geboren. Zijn ouders zijn van Duitse origine. Op het ogenblik van zijn geboorte leeft vader Ochs al van zijn rente. In 1893 verhuist de familie naar Luik, alwaar Jacques Ochs zich inschrijft bij de academie.

Ochs neemt in 1915 als oorlogsvrijwilliger dienst en wordt motorrijder. Later dient hij als onderluitenant bij de artillerie en in een verkenningseskader. In 1917 wordt hij neergehaald. Hij beëindigt de oorlog bij een eskader watervliegtuigen belast met de jacht op Duitse duikboten.

In 1921 wordt Ochs benoemd tot professor aan de academie van Luik, waar hij het in 1937 schopt tot directeur. Intussen raakt hij betrokken in een zwaar vliegtuigongeluk. Als gevolg van de opgelopen verwondingen komt er een einde aan zijn sportieve carrière. Op dat ogenblik werkt hij samen met verschillende kranten (Pourquoi Pas ?, La Nation Belge, L’action wallonne, le Petit Parisien,…). Ochs stelt zich onverzoenbaar op tegen de flaminganten, het incivisme en de amnestie. Voorts is hij een uitgesproken germanofoob.

In 1938 tekent Jacques Ochs voor het satirisch tijdschrift « Pourquoi Pas ? » een karikatuur van Hitler met bebloede handen (« keizer Hitler »). Een jaloerse collega met nieuwe orde-sympathieën geeft Ochs na mei 1940 aan bij de bezetter. Ochs wordt op 17 november 1940 aangehouden op zijn bureau op de Academie des Beaux-Arts te Luik.

Hij verblijft in de Luikse gevangenis Saint-Léonard en het Gestapo-hoofdkwartier op de Brusselse Louisalaan alvorens hij op 7 december 1940 naar Breendonk wordt overgebracht. In Breendonk is hij gevangene nr. 56.

Majoor Schmitt laat Ochs werken bij de « Stubedienst » (schoonmaakdienst), later bij de « Zeichendienst » (tekenbureau). De kampcommandant geeft Ochs de opdracht om tekeningen te maken van de gevangenen. De bewaarde tekeningen stammen hoofdzakelijk uit de periode juli-oktober 1941. Elke avond dient Ochs zijn werk af te geven aan zijn kameroverste, die ze op zijn beurt overmaakt aan de SS. In werkelijkheid geeft Ochs slechts kopies af en verbergt hij de originelen.

Ochs wordt ziek en komt terecht in het militair hospitaal van Antwerpen. Daar wordt hij na tussenkomst van koningin Elisabeth op 20 februari 1942 in vrijheid gesteld. Bij zijn vrijlating is hij nog steeds in het bezit van de tekeningen die hij in het kamp heeft gemaakt.

In juli 1944 wordt Ochs opnieuw aangehouden en belandt hij in de Dossinkazerne, het verzamelkamp voor de joden uit België. Vanuit Mechelen vertrekken de transporten naar Auschwitz. Ochs verblijft er vanaf 5 juli tot aan zijn bevrijding op 4 september.

In 1947 publiceert hij het boek “Breendonck, Bagnards et Bourreaux. Textes et dessins par Jacques Ochs”.

Op 3 april 1971 overlijdt Jacques Ochs op 88-jarige leeftijd.

Het Gedenkteken beschikt over een tiental tekeningen alsook over een schetsboekje dat Ochs clandestien uit het kamp heeft weten te smokkelen. In 1973 kopen de pas opgerichte Franse en Vlaamse Gemeenschap 64 tekeningen aan op een veiling in Antwerpen. Een deel van deze tekeningen werden voor lange duur uitgeleend aan het Gedenkteken.

DIDIER GELUK (DILUCK)

Na de Tweede Wereldoorlog maakt deze geëngageerde communist onder het pseudoniem Diluck duizenden politieke kartikaturen. Deze worden gepubliceerd in communistische tijdschriften zoals « De Roode Vaan » of in « Pourquoi pas ? ». Na zijn tekencarrière staat hij in voor de verdeling van films.

Als tekenaar in dienst van de pers volgt Diluck het proces van Mechelen.

Later schenkt hij de tekeningen van de beklaagden aan het Gedenkteken.

IDEL IANCELEVICI

De Wit-Russische artiest Idel Iancelevici heeft zelf geen historische band met Breendonk maar is wel de auteur van het standbeeld ‘De Weerstander’, een beeld dat te bewonderen valt op het plein voor het Gedenkteken.

Iancelevici is van joodse afkomst en duikt tijdens de Tweede Wereldoorlog onder in Maransart en Auvelais. Hij gebruikt hierbij de schuilnaam Adolphe Janssens. Iancelevici weigert gehoor te geven aan de oproepingsbrief om zich in de Dossinkazerne te Mechelen te melden en ontsnapt zo aan een deportatie.

Na de oorlog werkt hij aan het monumentale standbeeld ‘De weerstander’ (« gehurkt maar nooit op de knieën »), die na wat tegenkantingen uiteindelijk toch in Breendonk wordt opgesteld.

Actualiteit

Algemeen
Morgen
Vandaag
Gisteren

Bezoek aan het Gedenkteken

Wie zijn we
Het Gedenkteken
Geschiedenis
Virtueel bezoek (360°)
De kunstenaars

Frequently Asked Questions

Geschiedenis
Praktisch
Plan van het fort

Algemene inlichtingen

Openingsuren
Bereikbaarheid
Inkomprijzen
Begeleid bezoek
Restaurant
Fotograferen
Reglement van het bezoek

Leerkrachtenhoek

Inleiding
Praktische gegevens
Infrastructuur
De audiovisuele getuigenissen
Interactieve zaal
Gedenkboek
Plan van het parcours
Pedagogisch dossier
Seminaries
Bibliografie

Contacten en links

Guestbook
Contacteer ons
Links

Online reservering

Seminaries

Fototheek